Werkgevers kunnen onder voorwaarden gebruikmaken van financiële regelingen wanneer zij een werknemer met een arbeidsbeperking in dienst nemen of houden.
Het gaat bijvoorbeeld om:
Welke regeling van toepassing is, hangt af van de situatie van de werknemer en van de uitkering of indicatie die de werknemer heeft.
Het loonkostenvoordeel voor oudere werknemers is vanaf 1 januari 2026 afgeschaft voor nieuwe situaties. Voor bepaalde werknemers die vóór 1 januari 2024 in dienst zijn gekomen, kan het LKV nog doorlopen.
Ook voor werknemers die onder de doelgroep banenafspraak vallen, geldt vanaf 1 januari 2026 een gewijzigde regeling voor het LKV.
De no-riskpolis beschermt een werkgever tegen een deel van het financiële risico wanneer een werknemer met een arbeidsbeperking ziek wordt.
Als de werknemer onder de no-riskpolis valt en ziek wordt, kan UWV een Ziektewetuitkering aan de werkgever betalen. De werkgever hoeft daardoor niet zelf het volledige loon tijdens ziekte te dragen.
De no-riskpolis kan daarnaast voorkomen dat de ziekte van de werknemer gevolgen heeft voor de hoogte van de gedifferentieerde WGA-premie.
De no-riskpolis hoeft niet vooraf te worden aangevraagd. Bij een ziekmelding geeft de werkgever bij UWV aan dat de werknemer mogelijk onder de no-riskpolis valt. UWV beoordeelt vervolgens of aan de voorwaarden is voldaan.
De no-riskpolis geldt onder meer in bepaalde situaties voor werknemers met een WIA-uitkering, werknemers die na een WIA-beoordeling zonder WIA-uitkering uitstromen en werknemers die tot de doelgroep banenafspraak behoren.
De duur van de no-riskpolis verschilt per situatie. In veel gevallen geldt de polis vijf jaar. Voor bepaalde groepen geldt de no-riskpolis langer of zolang de werknemer in dienst is.
De werkgever moet bij een ziekmelding altijd beoordelen of de werknemer onder de no-riskpolis valt.
Loonkostensubsidie is een regeling vanuit de Participatiewet voor werkgevers die iemand uit de doelgroep van de banenafspraak in dienst nemen die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kan verdienen.
De gemeente bepaalt de loonwaarde van de werknemer. De loonkostensubsidie vergoedt het verschil tussen de loonwaarde en het wettelijk minimumloon, vermeerderd met een vergoeding voor werkgeverslasten.
De werkgever betaalt de werknemer het loon dat volgens de toepasselijke arbeidsvoorwaarden verschuldigd is.
De loonkostensubsidie wordt door de gemeente verstrekt. De voorwaarden en uitvoering kunnen daarom verschillen van de regelingen die UWV uitvoert.
Loonkostensubsidie is iets anders dan het loonkostenvoordeel (LKV). Het LKV is een tegemoetkoming via de loonadministratie voor bepaalde werknemers. Loonkostensubsidie compenseert het verschil tussen de loonwaarde van de werknemer en het wettelijk minimumloon.
Het loonkostenvoordeel is een tegemoetkoming voor werkgevers die werknemers uit bepaalde doelgroepen in dienst hebben.
Voor werknemers die tot de doelgroep banenafspraak behoren, gelden vanaf 1 januari 2026 gewijzigde regels.
Het LKV voor de doelgroep banenafspraak bedraagt € 1,01 per verloond uur, met een maximum van € 2.000 per kalenderjaar.
Voor werknemers uit de doelgroep banenafspraak die vanaf 1 januari 2026 in dienst komen, kan het LKV worden ontvangen zolang de werknemer in dienst is en aan de voorwaarden wordt voldaan. De maximale duur van drie jaar geldt voor deze nieuwe gevallen niet meer.
Voor bepaalde werknemers die vóór 1 januari 2026 in dienst zijn gekomen, gelden overgangsregels.
Vanaf 1 januari 2026 is voor werknemers uit de doelgroep banenafspraak geen doelgroepverklaring meer nodig om het LKV te kunnen ontvangen.
Het LKV voor oudere werknemers is vanaf 1 januari 2026 afgeschaft voor nieuwe situaties. Voor bepaalde werknemers die vóór 1 januari 2024 in dienst zijn gekomen, kan het LKV nog doorlopen.
Het LKV is iets anders dan loonkostensubsidie. Loonkostensubsidie wordt door de gemeente verstrekt en is bedoeld om het verschil tussen de loonwaarde van de werknemer en het wettelijk minimumloon te compenseren. Het LKV is een tegemoetkoming via de loonadministratie.
Een proefplaatsing maakt het mogelijk om te beoordelen of een werknemer geschikt is voor het werk voordat een arbeidsovereenkomst wordt aangegaan.
Tijdens een proefplaatsing ontvangt de werknemer zijn uitkering. De werkgever betaalt tijdens de proefplaatsing geen loon.
Voor een proefplaatsing is toestemming nodig van UWV wanneer de werknemer een UWV-uitkering ontvangt. De voorwaarden verschillen afhankelijk van de uitkering van de werknemer.
Een belangrijke voorwaarde is dat de werkgever van plan is de werknemer na de proefplaatsing een dienstverband aan te bieden. Het gaat daarbij om een dienstverband van minimaal zes maanden en minimaal hetzelfde aantal uren als tijdens de proefplaatsing.
Een proefplaatsing is niet bedoeld om regulier werk zonder loon te laten verrichten.
Wanneer de werknemer al eerder bij dezelfde werkgever heeft gewerkt, gelden aanvullende voorwaarden. Een proefplaatsing kan dan bijvoorbeeld aan de orde zijn bij een andere functie of wanneer moet worden beoordeeld of de werknemer na ziekte geschikt is voor zijn eerdere functie.
Een jobcoach begeleidt een werknemer die door ziekte of een beperking ondersteuning nodig heeft om het werk te kunnen uitvoeren en behouden.
Er zijn twee vormen van jobcoaching:
Als een werknemer door een ziekte of beperking zijn werk niet zonder aanpassingen kan uitvoeren, kan een voorziening op de werkplek nodig zijn.
Een werkgever kan onder voorwaarden bij UWV een vergoeding aanvragen voor een voorziening die noodzakelijk is om de werknemer zijn werk te laten uitvoeren.
Het gaat onder meer om niet-meeneembare aanpassingen van de werkplek.
Voorzieningen die de werknemer bij een andere werkgever kan meenemen, worden in beginsel door de werknemer zelf bij UWV aangevraagd.
De aanvraag moet worden beoordeeld aan de hand van de individuele situatie van de werknemer en de aard van de voorziening.
De tegemoetkoming arbeidsongeschikten is een jaarlijkse tegemoetkoming van UWV aan bepaalde mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering.
De tegemoetkoming is bedoeld als compensatie voor extra kosten die kunnen ontstaan door een ziekte of handicap.
De tegemoetkoming wordt aan de werknemer betaald en is geen financiële tegemoetkoming voor de werkgever.
Of iemand recht heeft op de tegemoetkoming hangt af van de voorwaarden die UWV daarvoor stelt.
Re-integratie is een zaak van werkgever en werknemer samen. Ga daarom ook naar de pagina met informatie voor de werknemer en mail dit naar hem/haar.
U kunt ondersteuning krijgen in de vorm van bijvoorbeeld bemiddeling naar werk: scholing, een sollicitatietraining of een jobcoach. Deze activiteiten passen in een re-integratietraject.
Uw werkgever kan gebruik maken van een aantal regelingen en kortingen als zij een werknemer in dienst houden of wanneer zij een werknemer in dienst nemen met een structurele functionele beperking. Het gaat dan bijvoorbeeld om een subsidie voor werkplekaanpassing of een vervoerregelingen.
Re-integratie is een zaak van werkgever en werknemer samen. Ga daarom ook naar de pagina met informatie voor de werkgever en mail dit naar hem/haar.